Medisch


    Wilt u meer weten of heeft u vragen?
    Vragen over het speciale tarief voor sterilisatie en castratie van RDE honden. www.aandeheikant.be


Meest voorkomende hondenziektes en hun behandelingsmethode

Wist je dat chocolade schadelijk en dodelijk kan zijn voor een hond?
Maagtorsie en maagdilatatie
Babesiose (tekenkoorts)
Giardia infectie
Erlichiose
Filariose (hartworm)
Parvo
Canine Papillomatose (wratten)
Hepatits Contagiosa Canis (HCC)
Hondenziekte (ziekte van Carre)
Hondsdolheid (RabiŽs)
Infectieuze tracheabronchitis (Kennelhoest)
Leishmaniasis
Jaarlijkse vaccinatie
Leptospirose
Herpesvirus
Wormen
Teken
Vlooien


Wist je dat chocolade schadelijk en dodelijk kan zijn voor een hond?
Zo zijn er nog meer zaken niet goed...
We horen vaak dat baasjes graag chocolade of pralines aan hun viervoeter geven. Is dit wel gezond?
In chocolade zitten de stoffen theobromine en cafeÔne. Deze stoffen kunnen een effect hebben op het zenuwstelsel, het hart en de ademhaling van je hond. Chocolade kan dodelijk zijn. Als je hondje 10 kg weegt en een reepje pure chocolade van zo'n 12 tot 40 g uit de kast zou nemen dan kan er best een behandeling gestart worden. Er bestaat witte chocolade, melkchocolade en pure chocolade. De pure is de gevaarlijkste. Ook 7 tot 25 g cacaopoeder voor een hondje van 10 kg is teveel en kan na een aantal uren klachten veroorzaken. Na het eten van teveel chocolade zal je hond buikpijn krijgen en misselijk worden, braken, veel drinken, zwijmelen, een versnelde hartslag en ademhaling vertonen. Soms ontstaat er zelfs vallende ziekte (epilepsie). Door het hoge vetgehalte bestaat er ook een risico op alvleesklierontsteking. Als je hond al hartklachten had, dan kunnen deze verergeren. Met een geschikte agressieve behandeling overleven de meeste dieren een chocolade-vergiftiging.

Wist je dat ajuinen (uien) ook giftig kunnen zijn voor je hond en kat?
Ajuinen zijn zeer giftig voor honden en katten zowel in verse, gedroogde als in gekookte vorm. Opname van 150 tot 300 g voor een hond van 10 kg veroorzaakt reeds vergiftigingsverschijnselen.
De ziektetekens ontwikkelen zich pas na enkele dagen. Je hond zijn bloedcellen worden vernietigd. Er zal bloedarmoede ontstaan. Sufheid, stinkende adem, minder eten, buikpijn, diarree, bloed in de urine en zelfs geelzucht is mogelijk. De hond gaat ook sneller ademen en kan een snellere hartslag hebben.

Fruit is gezond. Maar opgelet met druiven en rozijnen!
Een hond van zo'n 8 kg was overleden na het eten van 4 druiven. Een portie rozijnen van 25 g zou vergiftiging veroorzaken bij een kleine hond. Dus ook opletten met fruitcakes en sultana's. Zo'n 6 uur na het eten van druiven kunnen er spijsverteringsklachten ontstaan. De hond gaat zeer veel drinken. De nieren gaan kapot en de hond kan dan sterven. Vroegtijdig behandelen is belangrijk.

Beschimmeld voedsel??
Het eten van beschimmeld voedsel kan spierrillingen veroorzaken, zelfs epilepsie (vallende ziekte). Deze ziektetekens kunnen optreden binnen de twee uur na opname van het beschimmeld voedsel. Snelle behandeling is hier ook weer de boodschap.

Maagtorsie en maagdilatatie
Dit is een spoedgeval bij voornamelijk grote hondenrassen (maar ook kleine honden kunnen er mee te maken krijgen!) en leidt nogal eens tot de dood. De prognose van deze aandoening is niet zo goed: een groot deel van de patiŽnten overlijdt helaas.

Wat is een maagtorsie?
Bij een maagtorsie zet de maag door gasontwikkeling in eerste instantie sterk uit (maagdilatatie), waarna een kanteling (torsie) om de as mogelijk is.
In ernstige gevallen wordt de maag aan de kant van de slokdarm maar ook ter hoogte van de dunne darm afgesloten. In die afgesloten maag gaat de vertering (en gasvorming!) intussen gewoon door... Ook de bloedcirculatie wordt afgesloten, hetgeen de kans op shock vergroot. De maag drukt aan de bovenzijde tegen het middenrif en hierdoor wordt de ademhaling bemoeilijkt. Deze wordt snel en oppervlakkig. Wordt er niet op tijd ingegrepen, dan kan de maagwand doorlekken en sterft de patiŽnt aan acute buikvliesontsteking en shock.



Het draaien van de maag: van normaal (1) via 2 en 3 naar een volledig gedraaide en ernstig gestuwde maag (4). Linksonder is de maaguitgang en boven de maagingang


Symptomen
Vaak begint het probleem na een maaltijd en dan vooral wanneer de hond na het eten wordt uitgelaten of anderszins veel beweging heeft gehad. Het valt de eigenaar op dat de hond onrustig is, wil braken en dikker wordt.

Er ontstaat onrust: Een overvulde maag doet immers pijn en de hond weet soms niet waar hij het zoeken moet; hij gaat staan, liggen, rondjes lopen. Daarbij drukt die overvulde maag ook nog eens op het middenrif en dus op de longen, waardoor de hond wat benauwd kan worden en sneller en oppervlakkiger gaat ademhalen.

Het dier gaat doorgaans braken. Zelden lukt het (vooral in het begin) om het voedsel in de maag zo kwijt te raken en meestal blijft het dus bij loze braakneigingen. Door de draaiing is de maag afgesloten en zal het speeksel (de eigenaar ziet wit slijm) dat in de bek en in de slokdarm staat naar buiten worden gewerkt.

Wees dus altijd zeer alert als uw hond probeert te braken zonder succes! Door de enorme overvulling van de maag, vooral links achter de ribboog, zal de hond een dikke buik krijgen.

Wat kunt u doen?
  • Onmiddellijk naar de dierenarts! Alleen spoedige hulp kan uw hond redden.
  • Laat, indien mogelijk, de hond zelf lopen naar uw auto.
  • Wees voorzichtig met tillen als u uw hond zelf gaat vervoeren. Oefen geen druk uit op de buik.
  • Tijdens het vervoer mag de hond gaan staan, liggen of zitten. Dwing het dier niet om een andere positie in te nemen.


  • Behandeling
  • De druk moet zo snel mogelijk uit de maag verdwijnen. De dierenarts zal afhankelijk van de ernst van de verschijnselen meestal eerst proberen een sonde via de bek in de maag te brengen om zo het gas te laten ontsnappen. Of dit lukt is afhankelijk van de ligging van de maag en van de mate van stress bij de patiŽnt. Bij sommige honden komt het overigens alleen tot een maagverwijding, die na sonderen door de dierenarts weer normaal is. In zulke gevallen kan het soms verstandig zijn om de maag van dergelijke patiŽnten preventief vast te laten zetten.
  • Soms is het nodig om de maag te puncteren om de gassen te laten ontsnappen.
  • Als dit alles niet lukt, kan men overwegen om de hond te opereren, alhoewel de prognose niet altijd even gunstig is. De hond is immers vaak al in een slechte toestand. Tijdens de operatie wordt de maag teruggedraaid en aan de buikwand vastgezet. Dit laatste vermindert de kans op herhaling.


  • Hoe kunt u een maagtorsie voorkůmen?
  • Laat uw hond vůůr het eten uit of zorg ervoor dat er anderhalf uur tussen de maaltijd en het spelen of uitlaten ligt.
  • Geef meerdere keren per dag een kleine maaltijd, i.p.v. een grote hoeveelheid in een keer
  • Als uw hond schrokkerig eet (ze slikken daarbij veel lucht in!)), zet het voedsel dan op een verhoging, of leg een grote afgeronde steen in de etensbak om het schrokken tegen te gaan. Er zijn speciale standaarden te koop om de voerbak in te plaatsen.
  • Pas op met sneeuw eten of veel (ijs)koud water drinken.


  • Babesiose (tekenkoorts)
    De tekenkoorts (Babesiose) wordt veroorzaakt door Babesia protozoŽn, die microscopisch klein zijn. De hond die besmet is met deze parasiet krijgt binnen drie weken hoge koorts (40 graden of hoger) en is doodziek. De geÔnfecteerde hond kan enorme bloedarmoede krijgen doordat Babesia de rode bloedcellen vernietigd. Lusteloosheid en gele of bleke slijmvliezen zijn hiervan het gevolg. Heel opvallend is de koffiebruine of portrode kleur die de urine meestal krijgt. De hond zal zonder tijdige behandeling waarschijnlijk aan babesiose overlijden.

    Oprukkende (sub)tropische teken
    Teken die besmet zijn geraakt met de Babesia parasiet brengen deze over. In zuidelijk Europa (lager dan Parijs) leven de (sub)tropische teken die de ziekte kunnen verspreiden volop en mede daardoor komt Babesiose daar veel voor. Op enkele van de honden die in het voorjaar van 2005 in Nederland ziek werken zijn Dermacentor teken gevonden. Dit is zo'n subtropische tekensoort die tot voor kort niet in Nederland leefde. De zieke honden waren niet in het buitenland geweest, wat er op zou kunnen wijzen dat de Dermacentor teken zich tegenwoordig ook in het steeds warmer wordende Nederland thuis voelen.

    Hoe wordt een hond nu besmet met Babesia? Een teek die zich heeft volgezogen met bloed van een (al eerder) besmet dier, zal daarna loslaten. De teek gaat aansluitend eieren leggen of vervellen, waarna hij vanaf een struik, grasspriet op boomtak op zoek gaat naar een volgend slachtoffer. Elk passerend dier (dus ook een hond) kan worden besprongen en na de volgende bloedmaaltijd maken de Babesia parasieten in de teek een verandering door. Na 24 tot 48 uur bevat het speeksel van de teek besmettelijke Babesia's. Het is dus van levensbelang voor de hond om de Dermacentor teken snel te bestrijden.

    Wat te doen?
    Het dagelijks op teken te controleren van je hond is aan te raden. Immers, zonder teken geen Babesia. Een goede methode hiervoor is het betasten van het hele lichaam. Aan de voorkant van het hondenlichaam zullen de meeste teken te vinden zijn, zoals de oren en kop, op de voorborst en in de hals. Met behulp van een tekenpincet kan een vastgezogen teek eenvoudig worden verwijderd. Zet het tangetje over het lijfje van de teek heen tot vlak op de huid (zonder haren er tussen) en draai net zolang tot het kopje van de teek uit de hondenhuid loskomt. De draairichting is niet belangrijk en in tegenstelling tot wat vroeger werd aangeraden, mag u de teek van te voren nooit verdoven met alcohol. Dit vergroot namelijk de kans op een besmetting.
    Een goed bestrijdingsmiddel tegen teken is daarnaast een must. Het middel moet de teken binnen ťťn tot twee dagen doden, omdat de besmettelijke Babesia's pas hierna in zijn speeksel zitten. Meerdere middelen tegen teken zijn bij de dierenarts verkrijgbaar: spot-on pipetten, speciale tekenbanden en sprays. Een natuurlijk alternatief is het vůůr elke wandeling (bosgebied) besproeien van de hond met verdunde tea tree oil: 10 druppels in 0,5 liter water in een plantenspuit (pas wel op voor de ogen). Dit schijnt preventief zeer effectief te werken. Tenslotte is het laten vaccineren van uw hond tegen Babesia nog een mogelijkheid. Het vaccin is echter duur en biedt geen honderd procent bescherming. Van de geŽnte honden zal 80 procent de infectie niet krijgen. De pechvogels die het toch oplopen, zullen de Babesiose waarschijnlijk in mildere vorm doormaken.

    De toekomst
    Nederlandse dierenartsen zijn na de uitbraak van het voorjaar van extra alert op het voorkomen van Babesia in Nederland. Er is bloedonderzoek gedaan bij elke hond met onverklaarbare koorts om de parasiet uit te sluiten. Tot op heen zijn er gelukkig geen nieuwe gevallen gevonden. Maar het gevaar is daarmee nog niet geweken. Ook een andere teek, Rhipicephalus, die Babesia kan overbrengen komt inmiddels in Nederland voor. Deze bruine hondenteek (ook wel 'de kennelteek' genoemd) overleeft hier (nu nog) alleen in een verwarmde omgeving, dicht bij zijn gastheer. Deze teek is trouwens extra gevaarlijk omdat hij tevens de Ehrlichia parasiet kan overbrengen. En Ehrlichiose is ook een zeer ernstige ziekte.

    Tenslotte nog een belangrijke mededeling aan de eigenaren die hun honden meenemen (op vakantie) naar het zuiden. Het is van groot belang (meer nog dan vroeger) uw hond goed te beschermen tegen teken. Allereerst natuurlijk om te voorkomen dat uw hond (tijdens de vakantie) Babesiosis oploopt. Maar ook in het belang van de thuisblijvende honden in Nederland. Als de (sub)tropische teken nu ook in Nederland kunnen overleven, dan zijn het de besmette teken op de terugkerende vakantiegangers die hier de epidemie in gang kunnen zetten.


    Giardia infectie
    Algemeen:
    Het laatste tijd worden we steeds vaker geconfronteerd(in heel europa) met een parasitaire infectie die diarree veroorzaakt. In een paar gevallen bleek de besmetting zelfs zeer ernstig. Daarom gaan we hier dieper in op de parasiet Giardia en alle gevolgen. RDE streeft ernaar alle honden vrij van besmetting te plaatsen, maar herkenning van de bacterie blijft voor iedereen die met honden te maken heeft, heel erg belangrijk! Giardia is een eencellige parasiet (een protozo) die voorkomt bij alle zoogdieren, dus ook bij de mens. De parasiet leeft in de dunne darm, en hecht zich hier met behulp van tentakels vast aan het slijmvlies. Hierdoor raakt de darm aan de oppervlakte beschadigd, waardoor de vertering en de opname van de voedingstoffen niet meer loopt zoals het hoort te lopen. Vervolgens ontstaat door de slechte vertering diarree.

    Ziektebeeld:
    Vaak lopen giardia-infecties zonder symptomen, en komt vooral voor bij jonge en verzwakte dieren. Giardia wordt gekenmerkt door telkens terugkerende diarree. Er is ook sprake van slechte voedselverwerking, waardoor gewichtsverlies optreed. De eetlust blijft meestal wel. Volwassen dieren vertonen minder vaak symptomen, maar ze scheiden wel periodiek eitjes uit en kunnen hierdoor andere dieren besmetten zonder dat ze zelf "ziek" zijn. Wanneer Giardia onbehandeld blijft kan het bij verzwakte dieren tot ernstige gevolgen leiden. De diarree kan uitdroging tot gevolg hebben en uiteindelijk zal de hond zich zo ziek voelen dat hij ook niet meer zal eten, en in het ergste geval ook niet meer drinken! Een vroege diagnose is dus van groot belang.

    Besmetting:
    Dieren ( en mensen) kunnen besmet raken met giardia door de opname van eitjes. Deze eitjes zitten in de uitwerpselen van de met giardia besmette dieren. De parasieten komen in de darmen vrij, door de ingeslikte eitjes, en hechten zich hier dan weer aan de darmwand, en produceren weer nieuwe eitjes. Wanneer een hond diarree heeft, met name wanneer een hond uit het buitenland komt, moet dus meteen aan de mogelijkheid van Giardia worden gedacht! Een test op monsters van de ontlasting, genomen op drie verschillende dagen, kan uitsluitsel bieden. Wanneer de andere dieren en mensen in huis een goede weerstand hebben, is de kans op besmetting minder groot. Toch is het altijd verstandig het besmette dier apart te houden en alles zeer goed te ontsmetten.

    Diagnose:
    De diagnose is vaak niet al te makkelijk te stellen, ze stellen de ziekte namelijk vast aan de hand van de parasiet in de ontlasting, alleen is het probleem hierbij dat de dieren niet continu eitjes uitscheiden, er moet dus vaker getest worden om meer zekerheid te krijgen.

    Behandeling:
    Honden krijgen ter behandeling van giardia vaak een 5-daagse kuur met panacur voorgeschreven. De dosering is 50mg/kg lichaamsgewicht, eenmaal per dag, gedurende 5 opeenvolgende dagen. Om herbesmetting te voorkomen, moet echt alles in en rondom huis gedesinfecteerd worden.
    Tegenwoordig bereiken we met panacur niet steeds het gewenste effect van een totale parasietverwijdering. Producten zoals Flagyl en stomorgyl zouden beter werken. Preventief gedurende 3 dagen, curatief gedurende 10 dagen, het is steeds aangeraden om de hond na enkele weken weer te laten testen. Bij voorkeur op een meststaal van 3 verschillende dagen.

    Preventie:
    Het is belangrijk dat honden regelmatig (minstens 4x per jaar) worden behandeld met panacur, dit werkt tegen giardia maar ook tegen een groot aantal worm soorten. Verder is hygiŽne ontzettend belangrijk. Onderzoek heeft uitgewezen dat de volgende medicatie Giardia-besmetting kan voorkomen:

  • 2 x enten met levende geattentueerd parvo/weil puppyenting met minimaal 1 week ertussen!
  • 0,5 cc gentamycine voor kleine pup (1,0 cc voor grote pup )
  • panacur (voor Giardia en wormen) dosering 3 dagen als voorgeschreven.


  • De entingen worden standaard gegeven ondanks andere entingen.
    Ernstige besmetting:
    Wanneer er reeds sprake is van een besmetting in vergevorderd stadium, kunnen de volgende medicijnen van voorgeschreven worden:
  • Calo pet of Viyo, dit is speciaal voor dieren die herstellen na een zware ziekte of operatie, bevat allerlei∑ vitaminen en mineralen en tevens bevordert het dat het diertje gaat eten.
  • Pro Kolin ter bescherming van maag en darmen en ook goed voor diarree.
  • Isogel, dit is een poeder dat ter bescherming van de darmwand over het voer gegeven kan worden.

  • Mocht de diarree aanhouden, dan Finidair zoals voorgeschreven per gewicht en evt. ondersteunen met Stomorgyl (dosering naar lichaamsgewicht wel overdoseren bijv. 2 kg gewicht doseren 4 kg ). Tevens pups op Choice of ander biologisch voer zetten, zonder oxidanten en afvalvlees ed. Het beeld bij Giardia wisselt heel erg, zo liggen ze voor `dood` en zo spelen ze weer. Vaak brengt dit de meeste onrust bij de mensen. Bij koorts tussen 40.2 of hoger zeker een koortsverlager laten geven door dierenarts, dit mag men nooit afwachten! Tevens moet men er bij een ernstige Giardia-besmetting op verdacht zijn of de darmen niet teveel aangetast worden, voorkomend probleem is Coccidiose na Giardia. Dit kan chronische darmproblemen opleveren , hiervoor kan men Escotrim geven als medicatie.

    Erlichiose
    Ehrlichia Canis is een parasiet die onder andere de afname van bepaalde witte bloedcellen veroorzaakt (neutropenia). Afhankelijk van de reactie van het immuunsysteem van de getroffen hond kunnen de symptomen verschillend zijn: diverse gradaties van gewrichtsontstekingen (artritis), een verandering van de nierfunctie (glomerulonephritis) en een vermindering van het aantal bloedplaatjes (trombocytopenie) worden frequent gezien. Voor de eigenaar zichtbare symptomen zijn onder andere: koorts, kreupelheid en neusbloedingen. Thrombocytopenia (te weinig bloedplaatjes) is zeer karakteristiek voor de ziektem maar ook andere afwijkingen kunnen een vermindering van de bloedplaatjes tot gevolg hebben. Een toename van bŤta- en gammaglobulines is gebruikelijk bij Ehrlichiose en Leishmaniose. Deze symptomen zijn niet altijd tegelijk aanwezig.

    Enkele symptomen van Ehrlichiose komen overeen met die, welke bij Leishmaniose gezien kunnen worden. Het is daarom altijd raadzaam als de hond klachten heeft die op een van deze twee ziekten zou kunnen duiden, zowel op Ehrlichiose als op Leishmaniose te laten testen. Het vaststellen van Ehrlichiose kan onder andere plaats via bloedonderzoek, waarbij gekeken wordt naar antistoffen tegen Ehrlichia.
    Ehrlichia Canis en andere door teken overdraagbare parasieten zijn zeer gevoelig voor de antibiotica tetracycline en doxycycline. Het herstel van honden vindt meest plaats tussen de 27 en 72 uren na behandeling, alhoewel de behandeling 14 tot 28 dagen moet worden voortgezet.
    Een uitzondering zijn de honden met chronische Ehrlichiose, waarbij aanvullende behandeling nodig is en het herstel maanden kan duren.

    Filariose (hartworm)
    Hartworm is een bepaalde worm (Dirofilaria immitis) die kan voorkomen in het lichaam van uw hond.
    Helaas komt hartworm ook voor in Bosnie en daarom willen we u bekend maken met deze ziekte.
    Mocht u uw hond verdenken van klachten kunt u het beste contact opnemen met uw dierenarts om hier meer zekerheid over te krijgen. Hartworm wordt overgebracht van hond tot hond via de bloedzuigende muskiet. Als een besmette hond gestoken wordt door een mug, zuigt deze bloed met microscopische kleine wormpjes, microfilarien. Deze microfilarien groeien door in de maag van de mug. De mug steekt een andere hond en brengt via de steek de microfilarien in het lichaam van deze hond. Via het bloed laten ze zich meevoeren naar het hart waar ze zich vastzetten, uitgroeien tot volwassenen en microfilarien produceren.
    Als er veel wormen in het hart zitten functioneert het niet meer goed en krijgt de hond klachten. Aangezien de ziekte dus alleen via de muskiet overgebracht kan worden en deze niet in Nederland voorkomt, hoeft u niet bang te zijn dat uw hond de ziekte kan overbrengen op uw andere huisdieren.
    Er treden klachten op doordat de wormen beschadigingen veroorzaken aan de wand van het hart en de grote longslagaders. In het eerste stadium van de ziekte heeft de hond bijna geen symptomen. Het uithoudingsvermogen vermindert en er wordt een keertje gehoest. Later treden er ernstigere klachten op, zoals gewichtsverlies, leververgroting, vocht in de buikholte en ademhalingsproblemen.
    Bloedarmoede kan het gevolg zijn van beschadiging van rode bloedcellen en nierbeschadiging.
    Als het hart ernstige beschadigingen oploopt, kan de hond uiteindelijk overlijden. Bij klachten ga je natuurlijk naar de dierenarts. De ziektesymptomen wijzen op een hartaandoening en op een foto van de borstholte worden vaak de verwijde longslagaders al gezien samen met vocht in de longen en een vergroot hart. Daarnaast kan de diagnose nauwkeuriger worden gesteld met behulp van een echografie, het maken van een ECG (Electro Cardiogram) en bloedonderzoek.
    In bloeduitstrijkjes kunnen soms de kleine larfjes worden waargenomen en er bestaan sinds enkele jaren bloedtesten, die de aanwezigheid van larfjes kunnen aantonen.

    Er zijn 2 manieren om de hond te behandelen tegen hartworm.
    De ene is dat je de hond behandeld met injecties immiticide in de spieren. Deze injecties doden de wormen. Deze behandeling is echter niet zonder risicoís, omdat de dode wormen in de bloedbaan terecht komen. Er kan dan een verstopping in de aders (trombose) komen met de dood tot gevolg. En het hart kan door de plotselinge dood van alle wormen gaan lekken, wat een snelle dood tot gevolg kan hebben. Daarom wordt er niet zo vaak voor deze behandeling gekozen.

    De andere behandeling is met Stronghold pipetjes. Elke maand geef je de hond een pipetje waardoor de larfjes dood gaan. De volwassen wormen kunnen tot 7 jaar leven en zullen vanzelf dood gaan. De dode wormen sterven langzaam en 1 voor 1 waardoor er niet zo een groot gevaar is om een verstopping in de ader te krijgen. Jaarlijks testen kan de behandeling verkorten.


    Parvo
    Dit zeer immune virus staat nauw in verband met het kattenziekte virus, kruisbesmetting is echter niet mogelijk. Het is bijna ongevoelig voor zowel fysische als chemische invloeden en daardoor moeilijk uit te bannen. Het virus verspreidt zich voornamelijk via de mond en de ontlasting van het besmette dier. De meeste infecties zien we bij pups van 8-14 weken, maar ook volwassen, niet gevaccineerde honden lopen gevaar.
    De tijd tussen besmetting en het zichtbaar worden van de eerste symptomen is 2-4 dagen. Deze symptomen bestaan voornamelijk uit herhaald braken, bloederige diarree en een erg pijnlijke buik. Verder zijn de dieren sloom, willen niet eten/drinken en zeker bij kleine honden en pups is het risico op uitdroging groot. Een 2e variant komt voor bij dieren onder de 3 maanden.
    Deze tast ook de hartspier aan waardoor de dieren erg benauwd worden en een piepende ademhaling krijgen. Middels een ontlastingtest is het virus aan te tonen, maar een behandeling, behalve symptomatisch en met ondersteunende middelen, is er niet. Ook bij deze ziekte is preventie middels vaccinatie de belangrijkste bestrijding.


    Canine Papillomatose (wratten)
    Een virus wat wratten in en rond de bek veroorzaakt.
    De incubatietijd bedraagt 4-8 weken. De wratten beginnen veelal op de lippen en hebben een ďbloemkoolachtigĒ uiterlijk. Vervolgens breiden ze zich uit in de bek en in de keelholte.
    In een enkel geval zien we moeilijk eten en een stank uit de bek. Maar verder zijn deze wratten ondanks hun besmettelijke karakter vrij onschuldig en verdwijnen vaak spontaan weer na 1-5 maanden door opgebouwde immuniteit.


    Hepatits Contagiosa Canis (HCC)
    (Besmettelijke leverziekte/ziekte van Rubarth)
    Het virus is vrij resistent en weinig gevoelig voor temperatuurschommelingen.
    HCC komt voornamelijk voor bij jonge honden. De incubatietijd is 2-7 dagen, waarbij infectie via de mond of luchtwegen tot stand komt. HCC vermeerdert zich op de slijmvliezen, tonsillen en lymfeklieren waarna het via het bloed doorgaat naar de meest gevoelige organen van het hondenlichaam. Uitscheiden gebeurt middels urine, faeces en speeksel.
    De meeste symptomen zijn niet specifiek en bestaan voornamelijk uit hoge koorts, braken, diarree, anorexia en een pijnlijk abdomen voornamelijk ter hoogte van de lever, later ook gevolgd door huidbloedingen. Misschien is het meest opvallende nog wel het melkglasoog wat vaak optreedt. Dit houdt een witte troebeling van het cornea hoornvlies in en verdwijnt doorgaans weer spontaan.

    Behandeling van HCC kan enkel symptomatisch, wat inhoudt, dat we alleen de symptomen kunnen behandelen. Het lichaam zal zelf moeten vechten tegen het virus. Een dier wat de eerste dagen overleeft heeft een redelijke kans op genezing. Wel kunnen we secundaire bacteriŽle infecties (als gevolg van HCC) bestrijden met antibiotica kuur. Beter is uiteraard vaccineren. Maar de definitieve vaccinatie tegen HCC mag pas in de 13e week gegeven worden ivm maternale antistoffen van de moeder. Tot die tijd moet dus opgepast worden met contact tussen soortgenoten.


    Hondenziekte (ziekte van Carre)
    Nauw verwant is het hondenziektevirus aan dat van het mazelenvirus. De incubatietijd bedraagt 3-15 dagen en wordt overgedragen via alle lichamelijke afscheiding van dieren (oogvocht, neusvocht, speeksel, urine, fecaliŽn). Het virus is niet resistent in de buitenlucht en verspreidt zich dan ook vooral door rechtstreeks contact tussen dieren. In de eerste fase van de ziekte heeft de besmette hond meestal koorts, een lopende neus, bindvliesontsteking en een gebrek aan eetlust. Vervolgens kunnen er spijsverteringsproblemen (diarree), ademhalingsmoeilijkheden (hoesten, longontsteking), huidproblemen (puisten, abnormale groei van de huid aan de zoolkussentjes en de snuit) en zenuwklachten optreden. Dit laatste uit zich op verschillende manieren: beven, ongewilde spiersamentrekkingen en verlamming die vaak begint aan de achterste ledematen. Als het dier deze zenuwproblemen overleeft, kan hij echter nog de gevolgen hiervan blijvend ondervinden. Een vaccinatie welke bestaat uit het menselijke mazelenvirus biedt een tijdelijke bescherming en roept kruisimmuniteit op. Dit houdt in dat het mazelenvaccin de aanmaak van antilichamen hiertegen oproept welke ook kunnen dienen als antilichamen tegen het hondenziektevirus. De definitieve vaccinatie gebeurt op een leeftijd van 3-4 maanden.


    Hondsdolheid (RabiŽs)
    Naast dat dit virus besmettelijk is voor een tal van diersoorten is het ook besmettelijk voor de mens! Besmetting vindt plaats door een beet van een besmet dier waarbij infectieus speeksel in de wond komt. De incubatieperiode varieert van 8 dagen tot ruim een jaar. Dit is afhankelijk van hoe ver de beet van de hersenen af is. Hoe dichterbij de hersenen hoe korter de incubatietijd. De uiterlijke verschijnselen kunnen we verdelen in 3 stadia:

  • Stadium melancholicum
    We zien toenemende karakterveranderingen: een levendig dier wordt rustig en treurig en omgekeerd. Vaak hebben de honden jeuk op de plaats waar zij gebeten zijn en gaan daarin zover dat ze zichzelf op die plek verwonden. De speekselproductie neemt toe.


  • Stadium excitationis
    De verschijnselen van onrust worden steeds heftiger en er treden aanvallen van woeste opwinding op. Veel dieren gaan, eenmaal losgebroken, zwerven en bijten alles wat ze tegenkomen. Ook zie je vanaf dit stadium verlammingsverschijnselen in de vorm van proberen te blaffen zonder dat geluid geproduceerd kan worden en slikbezwaren.


  • Stadium paralyseos
    De verlammingsverschijnselen worden duidelijker en uiten zich verder in verlamming van de onderkaak, tong en oogspieren. Ook de pootspieren raken steeds verder verlamd waardoor het dier uiteindelijk uitgeput zal blijven liggen. De meeste honden in dit stadium sterven binnen 5 dagen. In meer dan 50% van de gevallen wordt stadium 2 echter overgeslagen en spreken we van een stille hondsdolheid. De enige manier om RabiŽs te voorkomen is vaccineren en een strenge regelgeving omtrent het in- en uitvoeren van dieren.



  • Infectieuze tracheabronchitis (Kennelhoest)
    De 2 virussen die voornamelijk verantwoordelijk zijn voor kennelhoest zijn het Para-influenza virus en het Canine Adeno virus. Daarnaast is er ook een bacterie genaamd Bordetella Bronchiseptica verantwoordelijk voor bepaalde vormen van kennelhoest.
    Vaak zien we kennelhoest bij dieren die regelmatig op plaatsen komen waar veel honden bij elkaar komen, zoals tentoonstellingen en uitlaatvelden. De symptomen bestaan uit een droge hoest die met aanvallen komt. Soms ook neus- en ooguitvloeiing. Ook zijn de tonsillen vaak opgezet, evenals de lymfeknopen in het keelgebied en heeft het dier koorts. Besmetting vindt plaats door het opnemen en inademen van ziektekiemen. Afhankelijk van de ernst van de symptomen zal een behandeling ingesteld kunnen worden die ook hier voornamelijk is gericht op de secundaire infecties. Ook kan een hoestdrank of zelfs hoestonderdrukkend middel gegeven worden.


    Leishmaniasis
    Honden die gediagnosticeerd worden met Leishmaniasis, krijgen vaak een dodelijk spuitje. De eigenaar en/of dierenarts weten er niet genoeg over, en geven de patient snel op.
    Een hond met Leishmaniasis kan echter een perfect leven leiden, mits de juiste zorgen en aandacht. Voor een geringe financiŽle investering, heb je een huisdier dat je eeuwig dankbaar zal zijn.

    Leishmania is een protozoa. Het is een venijnig diertje dat zich in het lichaam weet te nestelen, meestal nadat een besmette zandvlieg het overzet, sporadisch kan de ene hond het ook overzetten op de andere. In Europa vinden we deze gevaarlijke zandvliegjes terug in Portugal, Spanje, Zwitserland, Noord-Frankrijk en Nederland. Maar door het toenemend verkeer van honden over de landsgrenzen heen, verwachten experten dat deze ziekte binnenkort snel over heel het continent te vinden zal zijn. Meestal een zestal weken na besmetting krijgen de eerste symptomen de bovenhand, maar symptomen kunnen ook een jaar op zich laten wachten. Globaal gezien veroorzaakt Leishmania interne en huidproblemen.

    De hond is snel moe, gewichtsverlies, eet slecht, diarree, braken, neusbloeden, bloederige ontlasting, etc. In een verder stadium: Gezwollen lymfeklieren, nierfalen (veel drinken, veel plassen, braken, loom,Ö), neurologische problemen, gewrichtsontstekingen (polyarthritis) zwakke beenderen (osteolyse), koorts en gezwollen milt.
    Mogelijke huidproblemen: een dikke huid met veel schilfers, depigmentatie, haarverlies, droog haar dat gemakkelijk breekt, zweertjes en pukkeltjes komen ook voor.

    De diagnose wordt gesteld middels bloedonderzoeken en soms ook door huidbiopten. Tegenwoordig bestaat er een snelle test, die elke dierenarts zelf kan doen en niet te duur is.

    Behandeling.
    Het is een chronische aandoening die veel aandacht van de eigenaar en de dierenarts vergt. De ziekte kan nooit verdwijnen maar wel verbeteren, dus regelmatige controles van de patient en de andere huisdieren waarmee het dier in contact komt, zijn nodig. De behandeling gebeurt met allopurinol 10 mg/kg/dag gedurende 2 tot 24 maanden. Bij klinisch gezonde dieren kan men de behandeling onderbreken, indien men 2 maanden later een controlebloedonderzoek laat doen. De dieren hervallen meestal na een tijd, dus goed in het oog houden is de boodschap. Elke 6 maanden een bloedcontrole laten doen. Een goede voeding, met veel hoogwaardige eiwitten is belangrijk.

    Sommige patiŽnten dienen ook een gecombineerde behandeling voor de nieren krijgen. Indien je meer als 1 hond hebt, is het veiliger om de patient voor de rest van zijn leven te behandelen met een lage dosis. Zolang het dier klinisch gezond is, zal hij de ziekte niet overbrengen naar andere dieren.

    Eens de hond onder controle is, zal je met een goede voeding en een minimale onderhoudsbehandeling met allopurinol en regelmatige bloedcontroles, weer een normale hond hebben. Bovendien is de kans dat je besmet wordt door je hond, praktisch nihil.

    Gebruik preventief goede producten (bijvoorbeeld Advantix) indien je met de hond op reis gaat.


    Leptospirose
    Dit is een bacteriŽle infectie, die voornamelijk via ratten in hun urine wordt verspreid.
    Gevaar voor besmetting loopt de hond in de nabijheid van ratten, dus beken, waters, vennen, moerassen,Ö
    Symptomen zijn: algemeen ziek, koorts, maagdarmklachten, nierontsteking, bloed in urine, soms ook geelzucht.


    Herpesvirus
    Een virus dat vruchtbaarheidsstoornissen veroorzaakt: abortus en plotse puppiesterfte.
    Vaccinatie raden wij aan in hondenkennels die problemen hebben met de fokkerij.



    Teken

    Vooral de laatste jaren vormen de teken een steeds groter wordend probleem.
    In elk stadium van hun leven ( larve/nymfe/teek) zoeken ze een gastheer, zodat ze zich kunnen voeden met bloed,
    en zo eventueel ernstige ziektes overbrengen op zowel mens als dier.
    Geef ze daarom geen kans, laat uw huisdier preventief behandelen: vraag raad aan uw dierenarts voor een behandeling op maat, het hele jaar door. De producten die wij hier aanraden zijn frontline, advantix en stronghold.


    Cyclus van de teek

    De volwassen teek zuigt bloed, valt daarna weer op de grond en legt eitjes.
    Uit de eitjes komen larven die een gastheer zoeken, meestal kleine knaagdieren,
    die zuigen zich dan weer vol met bloed, om zich daarna om te vormen tot nymfe.
    De nymfe zoekt ook een gastheer, meestal kleine knaagdieren, zuigt bloed en vormt zich om tot volwassen teek.
    De teek zoekt meestal een grotere gastheer, hond, kat, mens etc.

    Ziektebeelden veroorzaakt door de teek

  • ziekte van Lyme: koorts, anorexia, zwelling lymfeklieren en algemeen stijf, kan ook voorkomen bij de mens: grieperig, hoofdpijn, erge jeuk, uiteindelijk zenuwsymptomen en eventueel de dood als gevolg. Bij een tekenbeet raden wij u aan om steeds uw huisarts te raadplegen.

  • Babesiosis: parasiet van de rode bloedcellen, algemeen zwakte.

  • Ehrlichiose: parasiet van de witte bloedcellen, slechte afweer.

  • Longworm/hartworm: worden enkel door teken in subtropische gebieden overgebracht, zoals in zuiden van Frankrijk.
    Symptomen zijn hart- en vaatproblemen, hoesten, bronchitis. Enkel stronghold werkt hiervoor preventief!
    Voor het verwijderen van teken (bij mens en dier) zijn speciale pincetten in de handel. Pak, indien mogelijk, de huid zo vast dat er een `heuveltje` ontstaat. Houdt het pincet tussen duim en wijsvinger vast en plaats het pincet over de kop van de teek, zo dicht mogelijk op de huid. Let hierbij op dat het lijf niet tussen het pincet komt. Verwijder de teek door het pincet te draaien (richting is niet belangrijk) en voorzichtig aan het pincet te trekken, totdat de teek loslaat. Het minuscule snuitje van de teek kan daarbij afbreken, maar dit is niet erg omdat het niet besmet is en net als een splinter vanzelf uit de huid zal komen. De teek mag van tevoren niet worden bewerkt met alcohol, olie, nagellak of andere middelen. Het risico is namelijk groot dat de teek dan de inhoud van speekselklieren en darm in het bijtwondje spuit, waardoor juist infectie kan ontstaan. Desinfecteer het bijtwondje, na verwijdering van de teek, met alcohol of jodium.


    Wormen
    Algemene symptomen: braken, diarree, verstopping, vermageren, opgezette buik, doffe vacht,...
    Pups worden best ontwormd op 3 en 6 weken daarna maandelijks tot ze 6 maanden zijn, vervolgen minstens tweemaal per jaar. De ontworming die uw dierenarts aanraadt, zijn voor de hond: drontal, veprafen, flubenol en caniquantel en voor de kat drontal en milbemax.
    Best is wel om uw dier te wegen vooraf, daar de hoeveelheid ontworming enkel door het gewicht wordt bepaald.

    Soorten wormen:

    Lintworm:
    manifesteert zich als "rijstkorrels" aan de anus, wordt overgebracht door vlo. Een goede preventieve ontvlooiing, voorkomt besmetting met de lintworm.
    Een gevaarlijke variant is de vossenlintworm, die voorkomt in de ardennen en het buitenland, deze veroorzaakt cysten en gezwellen in verschillende organen en is daarom uiterst gevaarlijk.

    Spoelworm: zien eruit als spaghettidraden , worden overgebracht via besmette ontlasting en ook via de moedermelk, zeer gevaarlijk voor de kinderen en volwassenen, ze kunnen naar verschillende organen migreren (ogen, hersenen,...).

    Haakworm : deze worm komt op de vacht terecht, migreert door de huid, gaat naar het bloed en zo naar de darm, via de ontlasting en baarmoeder verspreiden de haakwormen. Symptomen zijn bloederige diarree en lusteloosheid.


    Vlooien
    Frustratie Alom!
    Soms lijkt het wel dat je niets tegen die beestjes kan beginnen! Zij winnen altijd! Wat je ook doet, ze blijven terugkomen...
    De gevolgen kunnen dramatisch zijn: jeuk, huidallergieŽn, lintwormbesmetting, etc. voor zowel je hond, kat of je hele gezin.

    De vlo is de meest voorkomende parasiet bij onze huisdieren. Ze zuigen bloed, wel tot 18 keer het volume van hun eigen maag, en ze laten dat nagenoeg direct onverteerd weer achter op de huid. Deze 'strontjes' of de zwarte schilfertjes die je ziet, vormen het bewijs voor je dierenarts. Bij een erge besmetting bij een kitten of een pupje kunnen ze zelfs snel bloedarmoede en de dood als gevolg veroorzaken.
    Ze vermenigvuldigen zich enorm snel, de vrouwtjes leggen om en bij de 1000 eitjes per dag. Een aanzienlijk deel daarvan komt op de grond terecht, met besmetting van de omgeving en alle levende wezens in de buurt als gevolg.
    Na 10 dagen komen de larven uit, ze verstoppen zich in de warme plekjes, de spleten in de parket, de tapijten, de zetel,...
    Daarna vormt de larve zich om tot cocon, een soort van veilig omhulsel, dat de larve tot 140 dagen beschermt.
    In deze toestand wachten ze geduldig op hun volgend slachtoffer: de hond die er ligt, het kind dat op het tapijt speelt,... Vervolgens beginnen ze gewoon aan de volgende cyclus.
    De vlo is ook tussengastheer voor de lintworm. Dit wil zeggen dat door het inslikken van een besmette vlo, de hond, kat of mens de lintworm overneemt.
    Bijvoorbeeld een kind dat de hond streelt en daarna nietsvermoedend de vingers in de mond steekt. De vlo kan ook milde tot erge allergische huidreacties veroorzaken, zowel bij mens als dier. Dit kan leiden tot krab- en bijtgedrag, met huidirritatie en huidinfecties als mogelijke gevolgen. Vlooien ziet men vooral op de buik, de liesplooien, de oksels en de staartbasis.

    Besmetting van dier, mens, huis, auto
    Meestal wordt een besmetting te laat opgemerkt, wanneer er zich reeds gigantische hoeveelheden vlooien, larven en cocons verspreid hebben in het huis en op de dieren.
    Er bestaat een heel eenvoudige manier om te zien of je dier al dan niet besmet is. Je neemt een vel keukenrol en houdt dat zodanig terwijl je je dier borstelt, dat de huidschilfers, haren en de bewuste zwarte schilfers erop vallen. Als je dan het vel bevochtigt en de zwarte schilfers vervormen zich tot een rood gekleurde substantie, betekent dit dat je huisdier besmet is. Bij twijfel raadpleeg je best je dierenarts.

    Effectieve aanpak
    De algemene maatregelen omvatten het grondig stofzuigen van de gehele omgeving, met extra aandacht voor de plaatsen waar het dier komt. Vergeet de auto, het bed, de tapijten, de zetel, etc. niet. Gebruik producten die zowel in de omgeving als bij het dier de larven en volwassen vlooien vernietigd. Je dierenarts heeft de nodige adviezen en producten. Vergeet niet dat je bij de apotheker niet meer terecht kan voor deze producten zonder een geldig diergeneeskundig voorschrift!!


    Jaarlijkse Vaccinatie
    Algemeen

    Vaccineren gebeurt preventief!! Dit is goedkoper dan behandelen, vermijdt pijn, en allerlei problemen die gepaard gaan met behandelingen. Vaccineren kan enkel wanneer de dieren gezond zijn. In dat opzicht wordt uw dier voor zijn vaccinatie eerst grondig onderzocht door de dierenarts.

    Wat is een vaccin?
    Omdat er voor de meeste infectieuze ziekten, meestal viraal, geen geneesmiddelen bestaan, heeft men preventieve vaccins ontwikkeld.
    Een vaccin bestaat uit een minimale verzwakte of afgedode ziekteverwekker en stimuleert het afweersysteem van het dier, om zo antistoffen tegen de verwekker aan te maken. Deze opgewekte antistoffen gaan zich dan binden met de echte ziekteverwekker indien besmetting plaats vind. Zo wordt de verwekker geweerd, gedood of geneutraliseerd en kan bijgevolg geen schade aan het lichaam veroorzaken.
    Helaas bestaan er nog steeds infecties waartegen geen vaccins bestaan; FIV (kattenaids) FIP (buikvliesontsteking bij kat) etc. Vaccins bieden ook nooit 100% zekerheid, het kan steeds voorkomen dat een dier nog steeds een lichte vorm van de ziekte kan doormaken!

    Waarom en wanneer vaccineren?
    Omdat er dus geen geneesmiddelen bestaan om bepaalde ziektes te behandelen, wordt er via het vaccineren geprobeerd om te voorkomen dat het dier de ziekte kan oplopen. Het tijdstip van vaccineren is afhankelijk van de leeftijd van het dier. Bij jonge pups en kittens zijn er nog de nodige antistoffen die ze via de moedermelk hebben meegekregen. Te vroeg vaccineren heeft geen zin, temeer omdat de natuurlijke antistoffen het vaccin kunnen neutraliseren.
    Voor de meeste ziektes is de ideale leeftijd om te enten op 9 weken. Behalve voor het levensgevaarlijke parvovirus bij de hond; waarvoor de moederlijke antistoffen meestal reeds op 6 weken zeer laag zijn. Bijgevolg heeft men een vaccin ontwikkeld dat reeds op op die leeftijd kan worden toegeiend; het zogenaamde puppievaccin.
    Dit wordt herhaald op 9 weken en nogmaals op 12 weken, daarna jaarlijks. Bij de kat wordt er algemeen tijdens het eerste levensjaar op 9 en 12 weken gevaccineerd, daarna eenmaal per jaar een herhaling.

    Waartegen vaccineren bij de hond?

    Standaard in de coctail:
  • Parvo
  • Hondenziekte (ziekte van Carre)
  • Hepatits Contagiosa Canis (HCC)
  • Leptospirose

  • Niet standaard :
  • Infectieuze tracheabronchitis (Kennelhoest)
  • Hondsdolheid (RabiŽs)
  • Herpesvirus


  • Entschema:
  • Pup 6 weken oud: Parvo, Hondenziekte (eventueel Ziekte van Weil, HCC, Corona en Kennelhoest);
  • Pup 9 weken oud: Parvo en Ziekte van Weil (eventueel Kennelhoest);
  • Pup 12 weken oud: Parvo, HCC, Ziekte van Weil, Hondenziekte (eventueel RabiŽs, Corona en Kennelhoest);
  • Vervolgens jaarlijkse herhaling van cocktail. In overleg met de dierenarts kan men kennelhoest, RabiŽs of overige entingen overwegen.

    Tom Deleu
    Dierenartsenpraktijk Aan De Heikant